Je hoort regelmatig dat je bloedsuikerspiegel ‘in balans’ moet zijn. Maar wat houdt dat nou precies in, en hoe zorg je voor die balans?

Wat is een gezonde bloedsuikerspiegel?

De bloedsuikerspiegel, ook wel de glykemie, bloedglucosespiegel of in de volksmond kort het bloedsuiker,  betreft het glucosegehalte in het bloed. Die glucose vormt de belangrijkste bron van energie.
Een normale waarde, gemeten op de nuchtere maag, bedraagt ongeveer tussen de 4 en 5,5 millimol per liter. Gedurende de dag is het normaal dat de bloedsuikerspiegel wat schommelt, al naar gelang je eten verteerd wordt en glucose in je systeem opgenomen wordt. Toch zou de hoeveelheid niet boven de 11 millimol uit moeten komen; dit wordt doorgaans gehanteerd als de norm voor diabetes. Ook bij een waarde van 10 gaan volgens sommige normen de alarmbellen al rinkelen.
Je lichaam doet alle moeite om de hoeveelheid glucose in het bloed zo stabiel mogelijk te houden. Wanneer er zo’n hoge pieken voorkomen, kan dat dus duiden op diabetes. Ook een veel te lage waarde kan daar een indicatie van zijn. Het lichaam is dan uit zichzelf niet voldoende in staat de bloedsuikerspiegel in balans te houden.

Om balans te bereiken, beschikt je lichaam over een aantal hormonen. Is de bloedsuikerspiegel aan de lage kant, helpen zogenaamde katabolische hormonen, zoals cortisol en glucagon, om het niveau omhoog te brengen. Het bekendste hormoon dat van invloed is op de bloedsuikerspiegel, is insuline. Dit hormoon helpt om een te hoog glucosegehalte omlaag te brengen.

Wat kun je zelf doen om je bloedsuikerspiegel in balans te houden?

Je lichaam beschikt dus zelf al over een complex systeem waarmee het de hoeveelheid glucose in het bloed reguleert. Toch kun je zelf ook het een en ander doen om zoveel mogelijk een goede balans te bewaren. Dit is wenselijk, omdat zowel een te lage als een te hoge bloedsuikerspiegel klachten kan geven. Dat zijn bijvoorbeeld hongergevoel, hartkloppingen of misselijkheid (te lage bloedsuikerspiegel) en dorst, vermoeidheid en een versnelde ademhaling (te hoge bloedsuikerspiegel).

Allereerst kun je ervoor zorgen dat je suikerinname zoveel mogelijk in balans is, zodat de afgifte van glucose aan het bloed ook zoveel mogelijk gelijkmatig verspreid wordt over de dag. Hou meerdere eetmomenten op een dag aan, in plaats van het eten van twee grote maaltijden. Eet geen grote hoeveelheden suiker wanneer je geen behoefte hebt aan energie. Tijdens of na het sporten mag je wel vaak best wat extra’s hebben. Vermijd zaken als alcohol en drugs, ook die kunnen van invloed zijn op de bloedsuikerspiegel.
Het is altijd raadzaam een keer je bloedsuikerspiegel te laten controleren, ook als je geen duidelijke klachten hebt. Veel mensen lijden namelijk aan (een lichte vorm van) diabetes, zonder dat ze het weten. Je kunt hiervoor gewoon een afspraak maken bij je huisarts.

VERNIEUWD!

ONS GLOEDNIEUWE 10-WEKEN BOEK