De wekker gaat, het is tijd om op te staan. Pantoffels aan en hup naar het toilet. Het is weer zo ver, weegdag. Pantoffels uit, nachthemd uit en op de weegschaal. Je probeert omlaag te kijken. Wat zal de weegschaal nu weer aangeven? Gewicht verloren: yes, de dag begint goed! Iets aangekomen: dat wordt een rotdag! Herkenbaar? Stop de relatie met je weegschaal!

De weegschaal is een manier om objectief te beoordelen of je afvalt, op gewicht blijft of aankomt. Toch is het niet de bedoeling om voortdurend je gewicht te controleren, de weegschaal kan namelijk ontmoedigend werken als het even tegenzit. Je gewicht kan namelijk per dag verschillen. Soms kan het zelfs een dag eerder of later wel een kilo schelen en dat komt niet door het aankomen of afvallen! Zo houdt een vrouw voor haar maandelijkse periode meer vocht vast, waardoor je meer weegt. Eet je veel zout? Ook dan kun je veel vocht vasthouden. Wist je dat je gewicht ook kan verschillen per seizoen? In de winter ben je vaak zwaarder, het kan zo 2 kg schelen! Het is geen jojo-effect, maar een natuurlijk verschijnsel.

Dus, wees lief voor jezelf en stap niet te vaak op de weegschaal. Eén keer per week is méér dan voldoende. Zorg ervoor dat je jezelf op een vast tijdstip weegt. Bij voorkeur in de ochtend, nadat je naar het toilet bent geweest en het liefst zonder kleding. Omdat niet alle weegschalen precies hetzelfde zijn, is het verstandig om je maar op één en dezelfde weegschaal te wegen.

Een andere manier om te meten of je bent afgevallen is jezelf opmeten met een meetlint. Meet één keer per week je buik-, heup- en beenomvang. Soms ben je volgens de weegschaal niet afgevallen, terwijl je wel in centimeters bent geslonken!

#gewoondoen

Bron: Ivan Wolvers – Het dikke afvalboek